0

Tegen loting: een gok die we beter niet kunnen nemen

Deze week werden we op de sociale media werkelijk doodgeslagen met dit stuk uit the Guardian. Het artikel is van de hand van David van Reybrouck, de Vlaamse schrijver die al enkele jaren ervoor pleit om te experimenteren met een systeem van loting, en het is eigenlijk een perfecte samenvatting van zijn boek Tegen verkiezingen (2013). Daarin zet Van Reybrouck uiteen dat verkiezingen daarom juist een aristocratische procedure vormen. Immers geven wij de werkelijke beslissingsmacht aan wie wij als de besten achten om onze belangen te dienen – ik noem dit het superioriteitsaspect van verkiezen. Vervolgens moet het volk jarenlang haar mond houden, en maar zien of er werkelijk wat van terechtkomt. ”Stel dat er vandaag een procedure zou moeten worden ontworpen om de volkswil te leren kennen, zou het beste idee dan werkelijk zijn om mensen eens in de vier of vijf jaar met een kartonnetje in de hand te laten aanschuiven bij een stemlokaal, waar ze in het schemerduister van een stemhokje een bolletje mogen kleuren?”

Aristocratische verkiezingen

Volgens Van Reybrouck hebben de vaders van de Amerikaanse en Franse post-revolutionaire constituties de verkiezingen niet ‘uitgevonden’ om de volkswil geheel tot haar recht te laten komen, maar juist om de vermeende grillen van het volk in te kunnen dammen. De aartsvaders van beide revoluties waren zeker niet van plan om het volk de macht te geven. De gekozen staatsinrichting van de nieuwe constituties zou in hun ogen republikeins moeten zijn, niet democratisch. In de republikeinse traditie staan ‘echte leiders’, die enkel het ‘algemeen belang’ dienen, centraal. Volgens de Amerikaanse founding father James Madison moesten deze leiders ‘’de grootste wijsheid hebben om het gemene goed van de samenleving te onderscheiden, en de meeste deugd om dat goed ook na te streven. (…) De electieve methode om leiders aan te stellen is [daarom] het kenmerkende principe van het republikeinse bestel.’’ Verkiezingen zijn dus niet als democratisch instrument bedoeld, maar juist als een aristocratisch systeem.

Athene & de Verlichting

Het begrip ‘democratie’ werd tot tweehonderd jaar geleden zelfs niet eens geafficheerd met verkiezingen, maar met het systeem van de oude Atheners: loting. In deze kleine gemeenschap mocht een (nog kleinere) klasse van gelote, vrije burgermannen regelmatig bijeenkomen om zelf de beslissingen voor de stad te nemen. Ervanuit gaande dat de ingelote burgers een representatief orgaan voor de stad vormden, dacht men in Athene dat zij werkelijk voldeden aan waar het Griekse woord demokratia voor stond: het volk dat heerst. De twee belangrijkste democratische denkers uit de Franse Verlichting duiden ‘democratie’ dan ook aan als een systeem van loting, en ‘aristocratie’ als een staatsvorm waarin verkiezingen de manier zijn om uiteindelijk tot wetten te komen. De bedenker van de ‘trias politica’, Charles Montesquieu, stelt in het fameuze De geest der wetten (1758): ‘‘Kiezen door loting hoort bij de aard van de democratie, gericht kiezen hoort bij de aard van de aristocratie.’’ En ook Jean-Jacques Rousseau, als ‘uitvinder’ van de volkssoevereiniteit, komt er in zijn magnus opum Het sociaal contract (1762) niet onderuit: ‘’loting ligt meer in de aard van de democratie [dan verkiezingen]’’.

Democratische loting

Van Reybrouck vindt dat burgers door de ‘ondemocratische’ praktijk van verkiezing maar weinig te zeggen hebben. Daarom stelt hij voor om gelote burgers zeggenschap te geven over de beslissingen. Hij refereert naar de praktijken van de oude Atheners, die de samenstelling van enkele belangrijke staatsorganen lieten bepalen door loting. Het belangrijkste instituut in Athene was de Raad van 500 (Boulé), de centrale regering. De burgers die waren ingeloot behielden één jaar lang controle over de schatkist en de openbare werken, bereidde de Volksvergadering (Ekklesia) voor, onderhield diplomatieke betrekkingen en ontwierp de wetten waarover de Ekklesia vervolgens kon stemmen. En dat vindt Van Reybrouck de meest eerlijke vorm, omdat daardoor de gemiddelde burger de kans krijgt om zijn zegje te doen.

Ondemocratische loting

Maar is die tegenstelling tussen een democratisch lotingsysteem en een van nature aristocratisch verkiezingssysteem wel zo scherp? ik denk het niet. Van Reybrouck vertelt namelijk slechts het halve verhaal over verkiezingen. Er schuilen in theorie wel degelijk democratische elementen in het instrument van verkiezingen. Ten eerste bestaat er een lijn van verantwoording vanuit de vertegenwoordiger richting de kiezers. Als zij het niet eens zijn met de gevoerde politiek, dan kunnen zij hem bij de volgende verkiezingen daarop afrekenen. Om herkozen te worden, moeten politici dus wel luisteren naar het volk. Daarnaast hebben alle burgers deze mogelijkheid om politici weg te sturen: het actief kiesrecht is, anders dan het passief kiesrecht, een democratisch instrument. De macht om politici weg te sturen ligt niet enkel in handen van ‘de besten’, maar bij ons allemaal. Helaas mist het lotingsysteem deze democratische aspecten. We kunnen burgers die hebben meegedaan aan een geloot parlement niet wegsturen.

Ongeldige gelijkheidspremisse

Van Reybrouck zou dit argument gemakkelijk kunnen pareren door te zeggen dat het aristocratische superioriteitsaspect van verkiezingen, waarbij we de macht uit handen geven aan een bepaalde elite, in een geloot systeem teniet is gedaan. Sterker nog, dit superioriteitsaspect verandert bij loting in een gelijkheidsaspect: alle burgers hebben namelijk evenveel kans om in het parlement zitting te mogen nemen, waardoor een dwarsdoorsnede van de bevolking via vrije deliberatie tot democratische beslissingen zou komen. Dat is immers de kern van de gedachte achter loting. Een erg mooie gedachte. Maar laat het nu echter deze premisse van gelijkheid zijn, die – ik kan niet anders – verworpen dient te worden.

Te smalle sample

Om te beginnen, moeten we er vanuit gaan dat het overgrote deel van de Nederlandse burgers nooit geloot zal worden. Inspraak op basis van alleen kans – waarbij slechts enkelen in de Eerste of Tweede Kamer mogen zitten – zal tot gevolg hebben dat de overgrote meerderheid nooit iets te zeggen zal hebben. Voor het oude Athene is uitgerekend dat de helft tot 70% van alle 20.000 á 30.000 burgers ooit voor een jaar (de maximale termijn) raadslid is geweest. Dit aantal van 10.000 á 20.000 mannen is op een totaal van de ongeveer 250.000 Atheense inwoners natuurlijk een schijntje. Vrouwen, slaven, burgermannen van onder de 30 jaar en slaven waren uitgesloten van het Atheense democratiefeestje. De Atheense demokratia was alleen werkbaar vanwege de tamelijk smalle populatie van mannelijke burgers vanaf 30 jaar. In een land als Nederland zou de verhouding tussen het aantal burgers en het aantal daadwerkelijke regeerders in een lotingssysteem al helemaal uit de pas lopen. We hebben nu bijna 13 miljoen stemgerechtigden. Uiteindelijk zullen enkele duizenden van hen ooit zitting nemen in een Kamer met 150 zetels. De rest zal moeten toekijken. Een systeem van loting zou dus betekenen dat wij met z’n allen moeten vertrouwen op hoe een paar gegadigden beleid formuleren dat recht doet aan de wensen van de samenleving. Maar aangezien die ingelotenen er ‘namens ons’ zitten, zou dat niet goed moeten komen? Nou, ga daar maar niet vanuit. Statistisch gezien is een steekproef van 150 (bij een Kamer van 150 zetels) op een populatie van ongeveer 13 miljoen stemgerechtigden een wel érg mager aantal. Het is in ieder geval veel te weinig om er echt van op aan te kunnen dat de voorkeuren van alle Nederlanders wel voldoende – in de juiste verhoudingen – vertegenwoordigd worden. We kunnen dus beter spreken van de aanname dat leden van een geloot parlement ‘in plaats van ons’ spreken dan ‘namens ons’.

Geen zin of tijd

Veel burgers zullen daarnaast helemaal geen zin of tijd hebben om zo actief mee te doen aan het politieke spel. Veel mensen vinden politiek belangrijk, maar dat is iets anders dan het verlangen zelf politicus te willen zijn. Dat maakt het probleem van een te smalle steekproefsample nog nijpender. Het is namelijk een democratisch recht om te weigeren dat je je onttrekt aan het politieke leven. Je kunt mensen nu eenmaal niet vanuit staatswege dwingen. Het gevolg zal zijn dat vooral de usual suspects van geëngageerde en toch al participerende burgers zich bereid zullen tonen om zitting te nemen in het parlement van burgers. Dat zorgt voor een kloof tussen burgers en onze ‘vertegenwoordigers’ die daar in een lotingsysteem echter niet op af te rekenen zijn. Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat linkse en radicale mensen liever aan dit soortinitiatieven meedoen dan rechtse en gematigde mensen. Dat zorgt wederom voor een vertekening.

Hoogste aap op de rots

Tevens speelt bij loting de veronderstelde onafhankelijkheid van de ingelote parlementsleden een grote rol in het systeem van loting. Burgers moeten door middel van vrije deliberatie een mening kunnen vormen. Echter is er geen mogelijkheid dat we deze burgers ter verantwoording kunnen roepen: immers hebben zij hun tijdelijke ‘baan’ te danken aan het lot, en niet aan onze stem. Het is daarbij overigens de vraag of een groep van ongetrainde burgers wel voldoende in staat is om zich aan een goede discussie te kunnen onderwerpen. In groepsprocessen is het namelijk vaak het geval dat het ideaaltype van vrije deliberatie niet wordt behaald. Sommige mensen zullen veel beter zich kunnen uitdrukken dan anderen dat doen. En bepaalde types zullen juist sneller meegaan met wat een ander zegt. Door dit soort psychologische processen zal overleg tussen de ingelotenen uitkomsten opleveren die nog minder representatief zijn voor de wensen van de bevolking. Hoe kunnen wij erop toezien dat de hoogste aap op de rots niet per definitie zijn gelijk krijgt?

Tegen loting

Al met al is het systeem van loting minder democratisch dan het in theorie lijkt. Een paar uitverkorenen uit een waarschijnlijk onrepresentatieve steekproef mogen vervolgens vrijelijk hun gang gaan, zonder dat we hen er bij (her)verkiezingen op af kunnen rekenen. En dat aspect van verantwoording is juist wat een politiek stelsel democratisch maakt. Als we de wijdverbreide onvrede over de politiek willen verkleinen en participatie willen vergroten, dan is het systeem van loting dus een gok die we beter niet zouden moeten nemen.

Arnout Maat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.