0

Onze falende partijen dreigen de EU om zeep te helpen

De Britten kozen gisteren in meerderheid voor een vertrek uit de EU. Een verrassende uitslag, zeker als we deze afzetten tegen de politieke werkelijkheid waarin driekwart van alle Britse politici gewoon voor ‘remain’ stemde. Het zal niet veel moeite kosten om een kloof waar te nemen tussen de wensen van politici en van burgers waar te nemen, wanneer het Europa betreft. In Nederland is dit niet anders. Sterker nog: onze partijen staan zo ver van de burgerlijke werkelijkheid af, waardoor het einde van deze vertrouwenscrisis nog lang niet in zicht is. Hoe is dat eigenlijk mogelijk?

Een korte geschiedenis

Europa is pas sinds het referendum over de Europese Grondwet (2005) echt een hot issue in het Nederlandse politieke debat. De partijen, die voorheen vooral gefocust waren op hun sociaal—economische verschillen, moesten opeens positie in gaan nemen op dit vrij nieuw thema (zoals ook met immigratie het geval is). De logge partij-instituties van onze oude, traditionele partijen, altijd steunend op een brede achterban van hoog- en laag opgeleide Nederlanders, konden deze nieuwe ontwikkeling niet aan. En dat hebben ze geweten: waar meer dan 4/5 van de Kamer wel even dacht weg te komen met een ‘ja’ voor de Europese Grondwet, stemde 61% van de Nederlanders ‘nee’. Niet dat de partijen zich hier iets van aantrokken, overigens – twee jaar later werd het vrijwel identieke Verdrag van Lissabon door de Kamer geloodst. De (toenmalige regeringspartij) PvdA, die vooraf nog had aangegeven een nieuwe volksraadpleging over dit verdrag te willen, bezweek onder de druk van haar coalitiepartners CDA en ChristenUnie.

Extreme partijen & loze beloftes

Nu zult u denken: maar wij stemmen toch zelf op deze partijen? Is het dan niet onze eigen dikke schuld dat partijen beslissingen over Europa maken die eigenlijk onvoldoende draagvlak onder de bevolking hebben? Ten dele, wellicht. Maar bedenk dat de enige echte Eurosceptische partijen de SP, de PVV of de Partij voor de Dieren zijn – partijen die in alle opzichten op de flanken van het politieke spectrum liggen. Tijdens afgelopen verkiezingen, waarin vooral de sociaal-economische thema’s domineerden, stemde ondergetekende (Eurocriticus) op het economisch hervormingsgezinde D66 – tja, dat Eurofiele EU-standpunt kreeg ik er gratis bij. En wanneer we op een zogenaamd Eurokritische VVD een stem uitgeven, zodat er ‘’geen euro meer naar Griekenland’’ zal gaan, dan blijkt achteraf dat zij – wellicht mede onder druk van regeringspartner PvdA – gewoon het tegenovergestelde doet. Joost Taveerne had in de zomer van 2015 als enige de ballen om tegen de nieuwe Griekse lening te stemmen. Het is interessant om te kijken op welke plek op de lijst we Taveerne komende verkiezingen terug zullen zien, if at all

Niets geleerd

De bottom line: partijen en burgers staan compleet verkeerd op elkaar afgesteld, wanneer het om Europa gaat. Dit is een gevolg van particratische (partijpolitieke) krachten, die ervoor zorgen dat 1) we zitten opgezadeld met logge partij-instituties bij de traditionele middenpartijen, die maar geen keuze kunnen maken over de juiste EU-richting 2) er binnen kabinetten deals over Europa worden gemaakt, volledig aan het zicht van de kiezer onttrokken waarbij 3) het niet meewerken door parlementsleden aan de lijn van het kabinet kan worden bestraft door de eigen partij. Ondertussen hebben de middenpartijen niets geleerd. Twee derde van de VVD-kiezers stemde bij ons referendum in april tegen het associatieverdrag met Oekraïne, net als de helft van de PvdA-stemmers en een derde van de CDA’ers. Zelfs een derde van het EU-gezinde D66 stemde tegen (overigens moeten we nog maar kijken of er onder het kabinet-Rutte ook maar iets terecht komt van die ‘nee’-uitslag). Onze partijen hebben voorlopig nog niets geleerd.

Piramidespel met vertrouwen

Door de negatieve bijeffecten die wij momenteel ondervinden van Europees gedeelde grenzen en geld en de woede die daarover is ontstaan, beginnen wij langzaam door te krijgen dat onze partij-elites afgelopen decennia een piramidespel met ons vertrouwen hebben gespeeld. Referenda, niet verkiezingen, zijn op dit moment de enige manier om een betrouwbare inschatting te krijgen van wat burgers met de EU willen. Laten we dus hopen dat onze politici de uitslagen van zulke referenda voortaan serieus zullen nemen. Hopelijk geven de Britten daarin het goede voorbeeld, en volgen wij dat binnenkort op met ons eigen referendum over het associatieakkoord met Oekraïne. Zo niet, dan komt het draagvlak voor een Nexit weer een stap dichterbij.

Arnout Maat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.